Een agent trekt vrijdagnacht zijn wapen in Someren en opent het vuur op een auto die in volle vaart op hem in probeert te rijden. Het gebeurt midden in een woonwijk. Een geparkeerde auto wordt geraakt. De agent heeft inmiddels aangifte gedaan van poging tot doodslag. Wanneer mag een agent zijn wapen trekken? En kunnen er ook consequenties zijn?
De politie krijgt vrijdag laat op de avond een melding van een bedreiging aan de Uranusstraat in Asten. Daarbij zou een wapen zijn gebruikt om iemand te intimideren. Als agenten ter plaatse komen, blijken de verdachten al te zijn gevlogen.
Later vinden agenten de auto terug in een woonwijk, met de twee verdachten er nog in. Ze sommeren de mannen om uit te stappen en lossen daarbij een waarschuwingsschot. De mannen stappen uit en nemen de benen.
Dan gaat het snel. Een van de verdachten komt terug, stapt in de auto en rijdt met volle snelheid in de richting van de agent. De politieman pakt zijn dienstwapen en lost meerdere schoten op de auto. Hij weet maar net opzij te springen.
Mag een agent zomaar zijn dienstwapen gebruiken?
In het kort: nee, niet zomaar. Politiegeweld is gebonden aan regels. Het geweld moet noodzakelijk en 'proportioneel' zijn. Dat betekent dat een agent niet méér geweld mag gebruiken dan nodig is en, als dat mogelijk is, eerst moet waarschuwen.
Wel bepaalt de situatie welk geweldsmiddel nodig is. Een agent hoeft dus niet altijd eerst een wapenstok of pepperspray te gebruiken voordat hij het vuur mag openen op een verdachte. De politie probeert gevaarlijke situaties waar mogelijk eerst te de-escaleren.
Wanneer mag een agent dan wél schieten?
Als een agent zelf, of iemand anders in levensgevaar is, kan een agent besluiten zijn dienstpistool te gebruiken. Dat valt meestal onder noodweer. Een rechter beoordeelt achteraf of daar inderdaad sprake van was.
Ook bij de aanhouding van iemand die wordt verdacht van een ernstig feit kan een agent onder bepaalde voorwaarden zijn vuurwapen gebruiken. In die situatie is de agent getraind om op de benen te richten. Als het gevaar zo groot is dat een verdachte met die handeling niet te stoppen is, mag er ook gericht op de romp geschoten worden.
Wanneer is dan het moment dat een agent besluit te schieten?
Dat is een lastige vraag. Zo legde politiewoordvoerder Eric Passchier eerder uit: "We zijn daar natuurlijk op getraind. Je voelt dat gewoon. Bijna instinctief. Ook al ligt dat punt niet altijd bij iedereen hetzelfde en is iedere situatie anders", zei hij destijds.
Leg eens uit?
"Stel iemand loopt met een mes op je af en komt steeds dichterbij. Als dat niet al te snel gaat, dan voel je dat vaak wel aankomen. Je weet dan wanneer je je wapen gaat pakken en schiet", beschrijft hij. Je hebt dan tijd om na te denken, maar die tijd is er niet altijd. "Stel, iemand rijdt met een auto op je in. Dan heb je fracties van seconden om een beslissing te nemen en voel je niets aankomen."
Wie controleert of het schieten wel gerechtvaardigd is?
Wanneer een agent zijn vuurwapen gebruikt en iemand daardoor gewond raakt, wordt onderzocht of het geweld gerechtvaardigd was. De officier van justitie kan daarvoor de Rijksrecherche inschakelen. Die is onafhankelijk van de politie en valt onder het Openbaar Ministerie. De agent die heeft geschoten wordt zo snel mogelijk gehoord.
Als direct duidelijk is dat het vuurwapengebruik niet gerechtvaardigd was, kan de agent buiten functie worden gesteld. De officier van justitie kan besluiten tot een strafrechtelijk onderzoek en vervolging.
Of het schieten in Someren gerechtvaardigd was, moet onderzoek uitwijzen.
