Een opvallende naam in het nationale bobsleeteam. De 27-jarige Bosschenaar Mike Schapendonk werkt doordeweeks als boekhouder, maar is nu geselecteerd voor de nationale bobsleeploeg. Opmerkelijk, want hij zat nog nooit in een bobslee. Volgende week vertrekt hij naar een trainingskamp in Noorwegen voor zijn vuurdoop. "Ik kreeg de tip dat ik me moet voorbereiden op de ergste achtbaan ooit, en dat keer honderd."

In het bobsleeteam van de Bob- en Sleebond Nederland (BSBN) zijn de Bredase broers Janko en Jelen Franjic bekende gezichten. Ze waren de afgelopen twee Olympische Winterspelen actief namens TeamNL. Bij de derde Brabander, Mike Schapendonk, gaat bij weinig mensen een belletje rinkelen. Een verrassende naam, zeker gezien zijn traject richting de nationale ploeg.

De in Kaatsheuvel opgegroeide Schapendonk zat tot zijn negentiende op judo en deed een aantal jaar aan krachttraining. Toen hij vanwege zijn studie naar Tilburg verhuisde, koos hij voor een rugbyteam van de universiteit. "Een mooie sport, maar ik had zo veel last van blessures. Ik brak mijn hand en mijn duim en mijn schouder vloog meerdere keren uit de kom. Ik moest zelfs onder het mes voor een nieuwe schouderkom."

De tegenwoordig in Den Bosch woonachtige Schapendonk kwam eind vorig jaar toevallig bij het bobsleeën terecht. Na een item op de radio hoorde hij over een testdag. "Twee dagen later deed ik zonder enige voorbereiding mee. In de atletiekhal in Breda werden de 30 meter sprint en een sprong vanuit stilstand gemeten. Met sprinten had ik geen ervaring en nee, ik kwam er niet goed uit. Maar de sfeer en de topsport trokken me wel", zegt hij lachend.

Via de bond kreeg hij te horen dat er in het voorjaar van 2026 een nieuwe testdag was. Hij besloot er keihard voor te gaan trainen. Bij sportclub Prins Hendrik in Vught richtte hij zich in een sprintgroep vooral op de kortere afstanden. "Bij de nieuwe testdag waren ze verbaasd over mijn ontwikkeling. Op de sprint haalde ik zo'n 3,9 seconden en met verspringen uit stand kwam ik tot 2,76 meter. Het bleek voldoende voor een plek in de opleidingsploeg."

Een week later mocht hij al mee naar Winterberg. In de Duitse wintersportplaats ligt een pushtrack waarop een ijzeren kar over een rails vooruit wordt geduwd. "De handvatten van die kar zijn bijvoorbeeld hetzelfde als die van een bobslee, dus je krijgt wel een beeld. Het voelde goed, al vond ik het ook spannend. Het bezoek aan Winterberg bezorgde me in ieder geval veel energie. Vanaf het moment dat ik opsta tot ik weer naar bed ga, denk ik aan bobsleeën."

Inmiddels is hij vier weekenden in Winterberg verder en heeft hij ook al op ijs getraind. Maar het instappen in een echte bobslee en een afdaling maken, is voor hem nog nieuw. Komende week gaat hij in Noorwegen kennismaken met snelheden tot zo'n 135 kilometer per uur, waarbij hij zijn lichaam van 1,85 meter zo klein mogelijk moet maken.

"Er was ooit iemand binnen de nationale ploeg die na zijn eerste afdaling al afhaakte, omdat het het heftigste was wat hij ooit had meegemaakt", zegt Schapendonk. Hij laat zich echter niet afschrikken. "Ik heb er heel veel zin in, het extreme past bij mij. En dat voor een boekhouder."