Het Bravis ziekenhuis heeft sinds deze week een speciale vrouwenhart-polikliniek. Bij vrouwen kunnen hart- en vaatziekten zich namelijk op een andere manier manifesteren dan bij mannen. Daarom wil Bravis patiënten met onbegrepen klachten meer tijd, aandacht en begeleiding geven. 

De kennis die in het verleden is opgedaan bij onderzoek naar hart- en vaatziekten bij mannen is vaak toegepast op vrouwen, blijkt uit het artikel bij ZuidWest TV. “Inmiddels weten we dat bepaalde hartproblemen zich bij vrouwen anders kunnen presenteren”, legt Bravis-cardioloog Carla Somers uit. “Die klachten moeten absoluut serieus genomen worden.”

Sommige patiënten blijven klachten houden, terwijl onderzoeken geen vernauwingen in de kransslagaders laten zien. “We weten inmiddels dat deze klachten wel degelijk reëel zijn. Er zijn patiënten die zelfs een hartinfarct doormaken, terwijl de grote bloedvaten er normaal uitzien.”

Oorzaken niet altijd duidelijk
Volgens Somers zijn de oorzaken te vinden in de kleine bloedplaatjes rond het hart of in de vaatspasmen. Bij onderzoeken komen deze problemen niet altijd bovendrijven. “Je komt steeds opnieuw op de Spoedeisende Hulp terecht en krijgt dan te horen dat er geen duidelijke vernauwingen zijn, terwijl je je wel degelijk ziek voelt.”

Een uitgebreid gesprek is voor deze groep juist erg belangrijk. “Je moet echt goed uitvragen wat er speelt”, meent Somers. “Daar is op een reguliere poli niet altijd tijd voor. Samen zoeken naar de juiste behandeling en iemand daarin begeleiden.” Op de vrouwenhartpoli krijgen patiënten daarom meer tijd om met een arts te praten.

Bij vrouwen kunnen ook andere factoren een rol spelen. Denk aan een vroege menopauze, zwangerschapscomplicaties, miskramen, migraine of bepaalde auto-immuunziekten.

Doorverwijzing
Niet elke vrouw met hartklachten komt automatisch bij de vrouwenhartpolikliniek terecht. Patiënten bij wie geen duidelijke oorzaak voor de klachten is gevonden, krijgen een doorverwijzing.

“Uiteindelijk probeer je mensen zo gezond mogelijk te houden en de ziektelast zo klein mogelijk te maken. Als we deze groep patiënten beter kunnen begeleiden en behandelen, hopen we dat mensen zich beter gaan voelen en zich ook meer gehoord voelen”, besluit Somers.