Breda geeft in 2027 voor het eerst meer dan een miljard euro uit. De stad investeert onder meer in duizenden woningen, veiligheid en zorg, maar inwoners gaan daarvoor ook meer betalen. Volgens wethouder van Financiën Arjen van Drunen past de miljardengrens bij het Breda van de toekomst. "Om echt toekomstbestendig te zijn, moeten we ook een grote stad worden."
Dat Breda met de begroting voor het eerst door de miljardengrens gaat, is bijzonder voor de stad. Maar volgens Van Drunen is het ook geen reden om de slingers op te hangen. "Nee, geen reden voor taart", zegt hij. "Maar het is wel een belangrijk markeringspunt."
Breda telt meer dan 190.000 inwoners en is volgens Van Drunen na Eindhoven en Tilburg de derde Brabantse stad met een begroting van meer dan een miljard euro. "Het laat wel zien dat de stad groeit, dat we steeds meer inwoners krijgen en dat we aantrekkelijk zijn."
Bovendien geeft de grotere begroting Breda volgens de wethouder meer mogelijkheden om te investeren. Het stadsbestuur heeft afgesproken 75 miljoen euro extra te investeren.
Dat geld moet op verschillende plekken in de stad zichtbaar worden. Zo zijn op het Backer & Rueb-terrein minimaal 490 woningen gepland en bij De Faam 625. Verder wordt gewerkt aan 't Zoet, waar uiteindelijk duizenden woningen moeten komen. Ook investeert Breda in onder meer de Nieuwe Mark, bereikbaarheid, groen, sport en innovatie.
Opvallend is de komst van de schooltandarts op de familiescholen, waar gezinnen ook voor andere ondersteuning terechtkunnen. Volgens de gemeente gaan kinderen in sommige wijken nauwelijks naar de tandarts, terwijl die zorg voor hen in het basispakket zit.
Daarom komt de tandarts vanaf 2027 naar de kinderen toe. "Dan wordt op donderdagochtend de tandartsstoel een lokaal binnengereden, terwijl de klas bijvoorbeeld les heeft in de gymzaal", schetst Van Drunen.
Even later nemen de kinderen in hun eigen school plaats in de tandartsstoel. "We willen ervoor zorgen dat iedereen met een gezond gebit kan opgroeien", zegt de wethouder. Breda begint op de familiescholen en kijkt daarna of de aanpak kan worden uitgebreid.
De ambities hebben ook een keerzijde. "Wat je ziet is dat de lokale lasten omhooggaan", zegt Van Drunen. "We hebben dat wel geprobeerd beperkt te houden." De onroerendezaakbelasting (ozb) stijgt met 2,9 procent, de rioolheffing met 7 procent en de afvalstoffenheffing eenmalig met 12 procent.
Volgens Van Drunen komt dat vooral doordat vrijwel alles wat de gemeente inkoopt duurder is geworden. "Als wij morgen een aanbesteding starten voor het riool, dan is dat gewoon veel duurder dan in het verleden." Bij de afvalstoffenheffing speelt daarnaast de hogere CO2-heffing een belangrijke rol.
Voor een Bredanaar met een huis met een WOZ-waarde van 500.000 euro stijgen de totale gemeentelijke lasten volgens een berekening van Van Drunen van ongeveer 858 naar 927 euro per jaar. Dat is zo'n 70 euro extra, of bijna 6 euro per maand.
Daar staat volgens hem tegenover dat Breda kan blijven investeren. "Als we dat niet doen, dan kunnen we bijvoorbeeld niet op al die plekken waar het broodnodig is het riool aanpakken." Ook wegen en de openbare ruimte moeten volgens hem goed onderhouden blijven.
De begroting blijft volgens het gemeentebestuur tot en met 2030 structureel in balans.