"Waarom hou jij van piemels?" Het is een van de opmerkingen die de Tilburgse Damiën (20) tijdens zijn jaren als wielrenner kreeg te horen. Hoewel de opmerkingen vaak als grap bedoeld waren, raakten ze hem wel degelijk. Uiteindelijk besloot hij te stoppen met de sport waar hij jarenlang plezier uit haalde. Bij Gay Sporting Tilburg (GST) vond hij uiteindelijk een plek waar hij wel volledig zichzelf kan zijn.

Uit onderzoek van het Mulier Instituut bleek afgelopen week dat de acceptatie van homoseksuele sporters binnen sportverenigingen de afgelopen jaren is afgenomen. Waar in 2008 nog 85 procent van de sporters aangaf er geen enkel probleem mee te hebben als een clubgenoot anders geaard is, is dat percentage inmiddels gedaald naar 66 procent. En dat merkt ook Damiën. 

Toen clubgenoten hoorden dat hij biseksueel is, kreeg hij regelmatig opmerkingen naar zijn hoofd. Soms verpakt als grapje, soms wat directer. "Dan vroegen ze hoe het is om van beide markten thuis te zijn. Maar ik hoorde ook dingen als: 'Waarom hou jij van piemels?' of 'Jij spreidt je kontje voor iedereen.'"

Volgens Damiën staan mensen vaak niet stil bij wat zulke opmerkingen doen. "Voor hen is het een grap. Maar je voelt je wel belachelijk gemaakt. Alsof je een soort circusclown bent, waar mensen om kunnen lachen. Het is niet alsof ik hier bewust voor kies."

Uiteindelijk woog dat gevoel zwaarder dan zijn liefde voor de sport. Hij besloot te stoppen met wielrennen. "Dat vind ik nog steeds jammer. Als de sfeer goed was geweest, was ik waarschijnlijk gewoon doorgegaan en had ik best verder kunnen komen."

Na zijn tijd bij de wielerclub kwam Damiën terecht bij Gay Sporting Tilburg (GST), een inclusieve sportvereniging voor mensen uit de regenbooggemeenschap én voor iedereen die zich er thuis voelt. "Je bent hier eigenlijk meteen welkom", vertelt hij. "Het voelt als één grote familie. Iedereen mag zichzelf zijn." 

De vereniging telt ruim 120 leden en biedt verschillende sporten aan, zoals volleybal, zwemmen, fitness en hardlopen. Daarnaast organiseert de club ook veel sociale activiteiten. Volgens Damiën zit daarin ook de kracht van de vereniging. Door niet alleen samen te sporten, maar elkaar ook buiten het veld te ontmoeten, leren leden elkaar echt kennen.

Toch ziet Damiën dat sommige sporters moeite hebben om open te zijn over hun geaardheid buiten de GST. "Ik ken mensen die tijdens het sporten steeds bezig zijn met wat anderen van hen vinden. Die kijken drie keer om zich heen voordat ze iets doen. Dat vind ik zonde."

Waarom de acceptatie voor homoseksualiteit binnen sportclubs afneemt, weet hij niet precies. Maar hij vermoedt dat sociale media een rol spelen. "Online heeft iedereen overal een mening over. Mensen begrijpen vaak niet hoe het zit en dan worden er snel vooroordelen geroepen." Zelf probeert hij negatieve reacties naast zich neer te leggen. "Ik laat het meestal het ene oor in gaan en het andere oor uit. Maar dat kan niet iedereen en soms raakt het mij ook nog wel."

Volgens Damiën kunnen sportclubs niet alle uitspraken en problemen voorkomen. "Je moet ook niet overal een soort politieagent op zetten." Wel kunnen verenigingen bijdragen aan een veilige omgeving, bijvoorbeeld met duidelijke afspraken en een vertrouwenspersoon. Hij vindt het dan ook belangrijk dat verenigingen als GST blijven bestaan. "Maar eigenlijk zou dat niet nodig moeten zijn. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen zichzelf mag en kan zijn."