Paul Depla (61) mag nog zes jaar door als burgemeester van Breda. Na twaalf jaar is hij de stad nog lang niet beu. Maar is die liefde wederzijds? Zou hij ook door de Bredanaars zelf worden gekozen? Een openhartig gesprek over zijn liefde voor Breda, pijnlijke momenten en de vijanden die hij onderweg heeft gemaakt.
"Ik vind het werk nog steeds hartstikke leuk", begint Paul Depla, terwijl hij in zijn werkkamer in het Bredase stadhuis vertelt over zijn toekomst. Na twaalf jaar geniet hij nog altijd van het contact met mensen, de afwisseling en het gevoel iets te kunnen betekenen voor de stad.
Toch vroeg hij zich af of hij na twaalf jaar nog dezelfde frisheid kon opbrengen. "Het gaat uiteindelijk niet om jou. Het gaat om wat voor de stad het beste is." Zijn conclusie? "Die energie heb ik."
Want juist wanneer de stad voor grote uitdagingen staat, vindt Depla het burgemeesterschap op zijn interessantst. Zoals tijdens de coronaperiode, de zware crisis hem in zijn volle kracht zette.
Terwijl Nederland op slot ging, zocht hij met ondernemers en scholen voortdurend naar wat er nog wél mogelijk was. "De regel is geen doel op zichzelf, maar dient een doel", vindt Depla.
Maar het burgemeesterschap kent ook pijnlijke momenten. Zoals de rellen tijdens de jaarwisseling van 2023 op 2024 in de wijk Hoge Vucht, waar achttien auto's in brand vlogen en de mobiele eenheid moest ingrijpen.
Depla herinnert zich vooral de machteloosheid van bewoners. "We hebben die mensen toen in de steek gelaten. Ze rekenden op onze bescherming, maar zagen hoe politie en brandweer de situatie niet onder controle kregen. Die mensen zijn echt onschuldig. Ze zijn slachtoffers van zinloos geweld." De burgemeester ging later terug naar de wijk om met bewoners te praten.
Depla reageert scherper wanneer zijn populariteit ter sprake komt. Hoewel de gemeenteraad vertrouwen in hem heeft, waren best veel online reacties van inwoners op nóg zes jaar Depla hard en negatief. Al klonken er ook positieve geluiden.
Zou hij ook een derde termijn krijgen als de Bredanaars hun burgemeester zelf mochten kiezen? "Dat weet ik niet", zegt Depla met opgeheven hoofd. "Je weet, als je twaalf jaar ergens zit, dat een gedeelte van de stad denkt: hij heeft een paar besluiten genomen waar ik last van heb. Ja, dat kan. Dan haal je niet de populariteitsprijs."
Alle kritiek laat hem niet koud. "Als je alleen maar gezeik krijgt, is dat ook niet fijn. Ook voor je omgeving niet." Toch wil hij zich niet laten leiden door populariteit. "Als je na twaalf jaar nog steeds geen vijanden hebt gemaakt, is de vraag: wat heb je dan twaalf jaar gedaan?"
Depla toont altijd grote betrokkenheid bij bijvoorbeeld Poolse bevrijders en de Molukse gemeenschap. Maar waarom lijkt hij minder warmte te tonen voor daklozen die boetes krijgen voor bedelen of woonwagenbewoners die zich achtergesteld voelen?
"Ik heb veel compassie met dak- en thuislozen", reageert Depla. Dat hij meer betrokken lijkt bij de Poolse bevrijders en de Molukse gemeenschap, heeft volgens hem vooral met zijn rol als burgemeester te maken. Bij herdenkingen hoort hij op de voorgrond te treden.
Hij noemt het Valkenbergpark met al zijn problemen als voorbeeld. "Aan de ene kant zorgen dat je probeert mensen te begeleiden naar zorg, want heel vaak hebben mensen gewoon zorg nodig." Maar als mensen hulp weigeren en overlast blijven veroorzaken, moet hij ook de veiligheid van anderen bewaken. "De rest van de stad hoeft niet de dupe te worden van het feit dat jij geen zorg accepteert."
De komende zes jaar wil Depla de verschillen tussen Bredanaars verkleinen. Hij droomt van een bruisend 't Zoet, het voormalige suikerfabriekterrein dat een nieuwe stadswijk moet worden. Ook wil hij meer kansen voor jongeren en betere voorzieningen in kwetsbare wijken.
Maar vooral wil hij dat Bredanaars elkaar blijven opzoeken. "Je mag best verschillende identiteiten hebben. Maar zorg er wel voor dat je die verbinding met andere groepen blijft houden."
En is Breda zijn politieke eindstation? Of vertrekt hij alsnog als er een mooie functie voorbijkomt? Dan kijkt Depla op. "Waarom zou ik nog iets anders willen?"