Intents Festival in Oisterwijk is in het gelijk gesteld in de rechtszaak tegen vijf verzekeraars. Die weigerden de schade door wateroverlast bij de editie van 2024 te vergoeden, maar moeten van de rechtbank Rotterdam nu alsnog betalen. De organisatie claimt ongeveer 1,5 miljoen euro. Hoeveel daarvan precies wordt uitgekeerd, moet nog worden bepaald in een latere zitting.
Een en ander blijkt uit een tussenvonnis van de rechtbank in Rotterdam waar de bodemprocedure op 7 juli diende. Voor het festival van 31 mei tot en met 2 juni 2024 regende het zoveel dat grote delen van het terrein onder water stonden. Intents zette pompen in, legde extra rijplaten neer en groef sleuven om het festival te redden.
Dat lukte, maar niet iedereen kon komen kamperen. Ruim 2100 gasten konden niet meer op het terrein kamperen en kregen hun geld terug. De organisatie maakte niet alleen extra kosten, maar liep, naar eigen zeggen, door het kleinere aantal bezoekers ook tonnen aan inkomsten uit de verkoop van consumptiemunten mis.
De organisatie had de aanpak voorafgaand aan het festival afgestemd met een expert van de verzekeraars. Die zag dat ingrijpen nodig was om te voorkomen dat het hele festival moest worden afgelast en de kosten voor de organisatie zouden oplopen tot 15 miljoen euro. Ook steunde de expert het besluit om minder campinggasten toe te laten. Intents vertrouwde erop dat de kosten vergoed zouden worden. Toch wezen de verzekeraars de claim in december 2024 alsnog af.
Tijdens de zitting op 7 juli ontstond een woordenstrijd over de verzekeringspolis. Was de regen wel ‘extreem’ genoeg om voor een vergoeding in aanmerking te komen? Volgens de verzekeraars was de al doorweekte grond het probleem. Intents had volgens hen kunnen voorzien dat na een extreem natte winter en voorjaar een paar flinke buien voor grote problemen zouden zorgen en had eerder maatregelen moeten nemen.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Of de regen ‘extreem’ was, is volgens de rechters niet doorslaggevend. Het gaat erom of de veiligheid van bezoekers in het geding was. Dat was het geval: nooduitgangen en wegen waren onbegaanbaar en bezoekers liepen risico op onderkoeling. “Op een onder water gelopen veld kan nu eenmaal niet, laat staan veilig, worden gekampeerd”, schrijft de rechtbank.
De situatie tijdens het festival in 2024, bekijk hier de beelden:
Ook het verwijt dat Intents zich slecht had voorbereid, houdt volgens het tussenvonnis geen stand. Het festival werd toen al twintig jaar op dezelfde plek gehouden, zonder eerdere vergelijkbare waterproblemen. Bovendien mocht de organisatie verwachten dat de hoge grondwaterstand na de winter zou dalen, oordeelt de rechtbank.
'Misleidend beeld'
De verzekeraars schetsten volgens de rechtbank zelfs een ‘misleidend beeld’ met een hoogtekaart. Daarop plaatsten zij het festivalterrein in het laagste deel van het stroomgebied van de Voorste Stroom. Maar dat stuk grond werd helemaal niet voor het festival gebruikt.
De rechtbank vindt de claims voor het bestrijden van de wateroverlast, ongeveer 802.000 euro, en terugbetaalde campingtickets, ongeveer 482.000 euro, terecht. De vijf verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden, moeten ieder hun aandeel betalen.
Over ruim 226.000 euro aan gemiste omzet moet Intents nog uitleg geven. De verzekering vergoedt namelijk alleen het verlies aan netto-inkomsten. Eventuele besparingen doordat er minder bezoekers kwamen, moeten dus van de gemiste omzet worden afgetrokken.
Intents krijgt tot 21 oktober de tijd om de rekensom uit te werken. Daarna mogen de verzekeraars reageren, voordat de rechtbank het definitieve bedrag vaststelt.
