Mathieu van der Poel dacht al een jaar aan winnen in de Tour de France op de Champs-Élysées. Dat zei hij na zijn zege in de slotetappe van de Tour in het flashinterview. "Toen ik vorig jaar ziek was en deze wedstrijd op televisie moest kijken, dacht ik al aan dit moment", zei Van der Poel.

"Het is ongelofelijk. Het was superzwaar om weg te zijn met de beste renner in de wereld, alle respect naar Tadej (Pogacar, red.)."

Op de laatste beklimming van de Côte de la Butte Montmartre plaatste Van der Poel een aanval waarop alleen de gele trui een antwoord had. In de slotkilometer reed de Nederlander weg bij de Sloveen en bleef hij de achtervolgende sprinters nipt voor.

"Ik was aan het wachten tot er een wiel langs me kwam, maar dat gebeurde maar niet", zei Van der Poel. "Op het laatste moment zag ik een wiel van Pirelli naast me en dat was van Jasper (Philipsen, red.)."

Zijn ploeggenoot Philipsen won de sprint van de achtervolgers en werd tweede, voor groenetruidrager Mads Pedersen. "Het laat zien dat we nooit opgeven. Het begin van de Tour was niet goed, maar winnen op de Champs-Élysées, dat is best goed denk ik", zei de renner uit Hoogerheide met gevoel voor understatement.

"We hebben een gezegde in het Nederlands: het moet uit je tenen komen", ging Van der Poel verder. "Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar in ieder geval niet uit mijn tenen."