De vijf grote pluimveehouders die hun vergunning dreigen te verliezen, kunnen mogelijk toch kippen blijven houden op hun bedrijven. Voorwaarde is dat ze hun stikstofuitstoot met 85 procent verminderen. 

De bedrijven veroorzaken volgens de rechter te veel schade aan omliggende kwetsbare natuur. De provincie zag intrekken van de vergunningen eerder als enige overgebleven optie om die natuur te helpen. Een tweede oordeel van de landsadvocaat brengt daar nu verandering in.

Als de bedrijven met duizenden dieren door blijven gaan met veehouderij (ook al verduurzamen ze fors) zouden ze alsnog een grote impact kunnen hebben op nabijgelegen natuur, was eerder de redenering. Ook de rechter beaamt dat.

Toch denken Gedeputeerde Staten nu dat het wel mogelijk is voor de boeren om dieren te blijven houden, op voorwaarde dat ze hun stikstofuitstoot met 85 procent verminderen. De landsadvocaat heeft namelijk een nog eens gekeken naar de uitleg die de provincie geeft aan de uitspraak van de rechter.

“Dit heeft geleid tot het inzicht dat een andere, iets ruimere interpretatie van de gerechtelijke uitspraak mogelijk is”, zegt verantwoordelijk gedeputeerde Vergunningverlening, Saskia Boelema (D66). Wat er precies in het nieuwe advies staat, is niet bekend.

Natuur beschadigd
De rechter bepaalde vorig jaar dat de grote boeren met hun stikstofuitstoot te veel schade aanbrengen aan omliggende natuurgebieden. Die uitstoot moest drastisch naar beneden.

De pluimveehouders maakten zelf verduurzamingsplannen, maar die waren volgens de provincie onvoldoende. Geen van de boeren zou met die plannen de benodigde 85 procent verduurzaming halen.

Het intrekken van de vergunningen, zoals de milieuorganisaties hadden verzocht, bleef als enige optie over, meende de provincie deze zomer nog. Het voornemen om dat te doen, stuitte op veel weerstand in de agrarische sector en in de Brabantse politiek.

Nieuw gesprek
Wat volgde was een bewogen debat en een gelijktijdig fel protest op een snikhete 14 augustus in Den Bosch. De uitkomst daarvan was dat de provincie opnieuw in gesprek moest met de boeren. 

Die gesprekken zijn inmiddels bezig, met de second opinion van de landsadvocaat op tafel. De hoop is dat er plannen komen waarmee de pluimveeboeren hun stikstofuitstoot onderbouwd met 85 procent terugdringen. Met de overige 15 procent zou dan ruimte blijven voor het houden van dieren. In eerdere gesprekken hebben de milieuorganisaties aangegeven daar geen grote bezwaren tegen te hebben.

En precies daar ziet de provincie ruimte. Want als het lukt om de milieuorganisaties en de boeren op één lijn te brengen over de stikstofplannen is de hoop en verwachting dat de milieuorganisaties de rechtszaak intrekken. Dat zou betekenen dat de rechter geen oordeel meer hoeft te vormen over de zaak.

Ondertussen wordt ook uitgekeken naar de stikstofwetten van landbouwminister Van Essen (D66), die mogelijk ook uitkomsten bieden voor de grote pluimveehouderijen. Of de provincie ook de portemonnee trekt om de verduurzaming van de bedrijven te financieren, blijft onduidelijk. De kippenboeren drongen hier in eerdere gesprekken wel op aan.

De provincie laat weten dat "indien ondernemers financiering vanuit de overheid nodig achten, zij dit bespreekbaar kunnen maken in de gesprekken en kunnen aangeven in hun plannen". Dat werd in eerdere gesprekken ook al aangegeven. Hierin lijkt de provincie dus niet op te schuiven.

Zelfde doel
Volgens de gedeputeerde staat in ieder geval vast dat voor de provincie hetzelfde doel geldt: “Ons doel blijft onveranderd. Uitvoering geven aan de uitspraak van de rechter, de natuur herstellen en binnen de grenzen van wat juridisch mogelijk is een maximale inspanning doen om samen met deze vijf ondernemers tot oplossingen te komen.”

Die maximale inspanning houdt ook in dat de provincie verzet aantekent tegen de deadline van 4 februari komend jaar die de Raad van State onlangs stelde voor de provincie om te komen tot een definitief besluit over de vergunningen. De provincie heeft meer tijd nodig om tot een degelijk besluit te komen. “We nemen liever extra tijd voor een goed besluit samen met de ondernemers.”