Breda International Airport wil het Airparc naast de start- en landingsbaan verder uitbreiden met hightech- en luchtvaartbedrijven. Maar een regel in het omgevingsplan zit volgens eigenaar Stef Have in de weg: maximaal de helft van de kantoorruimte mag naar bedrijven zonder directe band met de luchtvaart.
Op het Airparc werken nu ongeveer tweehonderd mensen. Over tien jaar moeten dat er wat Have betreft zo'n vijfhonderd zijn. Toen hij het vliegveld in 2008 overnam van de gemeenten in West-Brabant, kreeg hij naar eigen zeggen drie opdrachten mee: kwaliteit toevoegen, werkgelegenheid creëren en het vliegveld financieel onafhankelijk maken. De bedrijven op het Airparc moeten daaraan een belangrijke bijdrage leveren.
Naast vliegschool Breda Aviation zitten er nu onder meer Orange Aerospace, dat drones en andere vliegtuigtechnologie ontwikkelt, en IT-bedrijf S2IX. Cematec, een belangrijke toeleverancier van ASML, maakt er hoogwaardige specialistische onderdelen. "Stuk voor stuk bedrijven met een goede uitstraling voor de regio", zegt Have.
"We hebben hier ruimte voor meer bedrijven die in de luchtvaart actief zijn, in de hightech zitten of de luchtvaart nodig hebben voor hun mobiliteit", zegt Have. Hij denkt dan aan ondernemingen die vaak met een klein zakenvliegtuig naar klanten of bestemmingen in Europa moeten. Juist in die kleinere zakelijke luchtvaart ziet hij kansen.
"Eindhoven en Rotterdam willen zich meer richten op passagiers- en vrachtvervoer, waardoor kleinere zakentoestellen er minder makkelijk terechtkunnen. Daarom is dat voor ons een belangrijke markt", vertelt Have.
Have kijkt ook nadrukkelijk naar de toekomst. Elektrische vliegtuigen en drones spelen daarin volgens hem een belangrijke rol. "Nieuwe vliegtuigen die tien personen kunnen vervoeren en superstil zijn, bieden enorme kansen voor de toekomst. Ik denk dat we een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling hiervan. Want dat zal niet op Schiphol gebeuren. Daar is geen ruimte of commercieel belang."
In de laatste ontwikkelingsfase wil Breda Airport een zogenoemd living lab mogelijk maken: een proeftuin waar bedrijven nieuwe drones kunnen testen. Daarvoor moet het Airparc volgens Have wel meer ruimte krijgen. Nu staat in het omgevingsplan dat maximaal 50 procent van de kantoorruimte mag worden gebruikt door bedrijven zonder directe band met de luchtvaart.
"Dit beleid dat gisteren bedacht is, past niet meer bij de dagelijkse praktijk. We hebben juist een mix van bedrijven nodig om het vliegveld financieel sterk te maken. Stel dat ASML hier morgen aan de deur klopt? Door die 50-procentregel moet ik nu dit soort gave bedrijven weigeren", stelt Have.
Breda Airport vindt dat de provincie bij plannen voor de luchthaven vooral kijkt naar geluid, natuur, stikstof en andere milieuregels. Volgens Have zou de economische kant veel zwaarder moeten meetellen.
"Natuurlijk is milieu belangrijk. Daarom investeren we volop in duurzaamheid. Maar wij zijn inmiddels ook een plek voor bedrijven, innovatie en werkgelegenheid. Daarin mis ik wel een beetje politieke steun. We investeren veel en creëren werkgelegenheid in de regio", concludeert Have.
