Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan kleine vruchtlichamen, een plant die om vier uur open gaat en een heerlijke geur verspreidt, een vuurwants, een libellensoort die niet paart met een metalen evenbeeld en een sprinkhaan met een zadel. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag gepubliceerd.
Twee leuke foto's
Tamara van de Spek ging blaadjes van een uitgebloeide paardenbloem plukken voor haar cavia. Die paardenbloem stond gewoon langs de straat naast een parkeervak, waar ze ook iets bijzonders zag. Ze is benieuwd of dit zaadjes van een plant zijn of eitjes van een dier. Wat ze gezien heeft, zijn vruchtlichamen van een zwam. Die noemen we bleek nestzwammetjes. Deze vruchtlichamen lijken heel erg op miniatuurvogelnestjes, vandaar de naam. De plek waar Tamara ze vond, is echt zo'n typische plek waar ze voorkomen: op plantaardige resten, dood hout, houtsnippers, strooisel in bossen, tuinen en bloempotten. Kortom, ze komen best wel veel voor, alleen je oog moet er maar net op vallen. Tamara heeft dus goede ogen! Heel grappig is wanneer de sporen, in de eitjes, weggeschoten worden. Vaak gebeurt dit door een regendruppel, die er in valt.
Daarnaast zag Tamara boven die nestzwammetjes een plant met roze bloemen, die maar een dagdeel open staan en daarna weer dicht gaan. Ze wil graag weten welke plant dit is. Deze plant met roze bloemen heeft de naam nachtschone. Nachtschonen zijn planten die behoren tot de bolgewassen, zoals het gewoon sneeuwklokje.
De bloemen openen zich pas vanaf vier uur 's middags en geuren dan sterk. De hele nacht blijven de bloemen open maar aan het eind van de nacht is de geur een stuk minder. Wat ook te zien is bij nachtschonen, is dat er vaak aan één plant meerder kleuren bloemen voorkomen. Zelfs in één bloem.
Wat doet die vuurwants hier?
Harry Munniksma stuurde een heel bijzondere foto waarop een wants te zien is. Harry vraagt zich af wat die wants aan het eten is. De wants die hij gefotografeerd heeft, is een vuurwants. Deze heeft een eicocon te pakken van een wespspin.
In principe zijn vuurwantsen plantenzuigers. Met hun stevige, scherpe zuigsnavel (steeksnuit) zuigen ze vooral sappen uit bladeren en zaden. Daarnaast vullen ze hun sappenmenu aan met dierlijke eiwitten die ze zuigen uit dode insecten, bladluizen en mijten. Ook halen ze voedsel uit dood plantaardig materiaal of rottend hout. We noemen ze dan ook opportunistische omnivoren. Die zuigsnuit gebruikt de vuurwants ook om door de taaie, beschermende spinsellagen van de eicocon van de wespspin te boren. In die eicocon doorboort zo’n vuurwants de eitjes of de reeds uitgekomen jonge spinnetjes die binnenin de cocon overwinteren. Tijdens dat doorboren spuit de vuurwants verteringssappen in de eitjes en jonge spinnetjes, zodat deze inhoud vloeibaar wordt. Daarna zuigt de wants de voedzame substantie volledig naar binnen.
Gaat deze gelande libel paren met de metalen libel?
Henk Esman vraagt zich af of de libel die op een metalen libel ging zitten, wilde paren met die soortgenoot. Volgens mij niet. Ik denk dat die bruinrode heidelibel op die metalen soortgenoot landde om een heel mooie uitkijkpositie te verwerven. Zou de bruinrode heidelibel wel willen paren, dan moet deze de metalen libel achter de kop grijpen, want dat is het eerste paringsgedrag bij libellensoorten.
Als het vrouwtje dan paringsbereid is, maken ze een paringswiel, zie de foto hierboven. We hebben op de foto van Henk overigens te maken met het mannetje van de bruinrode heidelibel. Dit zijn echte pioniers. Dit wil zeggen dat deze soort het liefst voorkomt bij nieuwe, maar ook ondiepe poelen met weinig vegetatie. De mannetjes hebben een typische bruinrode kleur op het achterlijf, een bruine kop en ook het borststuk heeft die kleur. Vrouwtjes van de bruinrode heidelibel zijn geel gekleurd. Bruinrode heidelibellen behoren net zoals alle andere heidelibellen tot de familie van de korenbouten. Na de paring zetten de vrouwtjes hun eitjes af in of bij water. Dit doen ze wel op een speciale manier. De mannetjes en vrouwtjes vliegen dan achterwaarts en in tandempositie. De vrouwtjes stoten hun eitjes af op de oever, op vochtige modder of in het water. Na een jaar komen deze eitjes in het voorjaar uit. Dan leven de larven tussen de waterplanten. Vanaf eind mei komen de larven uit het water en worden dan zo'n mooie bruinrode of geel bruinrode heidelibel.
Sprinkhanensoort gevonden in Zuid-Frankrijk, is het een sabelsprinkhaan of een bidsprinkhaan?
Peter van Braam trof in Zuid-Frankrijk een diertje aan in een doucheruimte. Hij wil graag weten welk diertje het is. Volgens mij is het geen sabelsprinkhaan en ook geen bidsprinkhaan. Ik denk dat Peter een vrouwtje van de zadelsprinkhaan heeft aangetroffen in die doucheruimte. Je kunt heel duidelijk een opvallend zadelvormig lichaam zien. Daar is de naam van deze sprinkhaan op gebaseerd. Daarnaast heeft de zadelsprinkhaan opvallende kleine, bolvormige gele voorvleugels en een prachtig halsschild. Heel het lichaam is geelgroenig van kleur maar dit kan ook blauwgroen zijn. Vrouwtjes van de zadelsprinkhaan hebben in zeldzame gevallen een gele grondkleur. Wellicht is er bij dit gefotografeerde vrouwtje vanwege het lichtschijnsel sprake van een enigszins vertekend beeld.
Het opvallende verschil tussen mannetjes en vrouwtjes van de zadelsprinkhaan, is de uitstekende legboor aan het achtereind van de vrouwtjes. Mannetjes worden maximaal 2,3 centimeter groot en de vrouwtjes 3,5 centimeter, maar dat is dan wel exclusief de legboor, die maximaal zo’n twee centimeter lang kan worden. In Frankrijk, waar Peter deze tegenkwam, vind je de meeste zadelsprinkhanen in warme, zonnige regio's in het midden en zuiden van het land. In die regio’s kun je ze zelfs aantreffen op wel tweeduizend meter hoogte. In ons land is de zadelsprinkhaan een van de meest zeldzame en opvallende sprinkhanensoorten. Hier komen ze uitsluitend voor op een beperkt aantal droge heideterreinen. Vooral door versnippering van leefgebieden zijn deze prachtige sprinkhanen uitgestorven in grote delen van het land. Heel bijzonder is het geluid dat mannetjes van de zadelsprinkhaan produceren. Je hoort dan een scherp, tikkende tot ratelende zang. Die is vooral te horen bij zonnig weer, tussen elf uur 's ochtends en negen uur 's avonds.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door Dominique de Caluwé. Hij vond op zijn venkelkruid in het Belgische Meerle de mooie rups van de koninginnenpage. Hij vindt de rups net zo mooi als de vlinder en daar heeft hij gelijk in!
Natuurtip
Zondag 1 november kun je van halfelf 's ochtends tot een uur 's middags deelnemen aan een wandeling bij natuurcentrum Maashorst met als thema: 'Kleuren van de herfst'.
De herfst tovert de natuur om tot een kleurrijk schouwspel. Tijdens deze publiekswandeling gaan natuurgidsen van IVN Uden samen met belangstellenden op ontdekkingstocht. Onderweg is er volop aandacht voor de bijzondere veranderingen die tijdens de herfst in de natuur te zien zijn. De wandeling staat in het teken van de vele herfstkleuren. Waarom verkleuren bladeren eigenlijk? Welke bomen zorgen voor de mooiste tinten? En wat valt er nog meer in de natuur te ontdekken in dit seizoen? Paddenstoelen en gallen krijgen natuurlijk ook de nodige aandacht. De natuurgidsen vertellen onderweg over deze en andere bijzondere herfstverschijnselen en helpen deelnemers om met andere ogen naar de natuur te kijken. Iedereen is van harte welkom om mee te wandelen!
De wandeling start om op de parkeerplaats van natuurcentrum De Maashorst op de hoek van de Slabroekseweg met de Maashorstweg in Nistelrode. Deelname is gratis en aanmelden is niet nodig. Trek wel stevige wandelschoenen aan en kleed je passend voor het weer. De route is niet geschikt voor mensen met een buggy, rollator of scootmobiel.
