Exact vijf jaar geleden brak Flemming Viguurs (30) uit Den Bosch door als solozanger. In een interview met Omroep Brabant blikt hij terug op zijn zangcarrière vol hoogtepunten. Maar niet alles was perfect. “De eerste zomer was een dieptepunt, het was allemaal net te veel”, zegt een openhartige Flemming. In de toekomst hoopt hij op het grootste podium van de wereld te staan, dat van het Songfestival. Maar komend jaar nog niet.

Begin 2021 is Flemming nog vooral bekend als zanger van coverband Baby Blue. Maar de destijds 24-jarige zanger stapt na acht jaar uit de band en kiest voor zichzelf. In maart van dat jaar heeft hij al een top 40-hit, zijn solocarrière moet dan nog beginnen.  

Flemming solo
Als op 24 september 2021 Amsterdam uitkomt wordt al snel duidelijk dat Flemming een hit in handen heeft. “Ik had eigenlijk niet echt een verwachting. Ik vond het vooral tof dat ik met Amsterdam mijn eigen richting opging”, blikt hij terug. “Ik vond het vooral wow dat-ie meteen al op de radio werd gedraaid.”

Toch was het niet zo dat het ‘per ongeluk’ een hit werd. “Het is tegenwoordig niet alleen een kwestie van goed kunnen zingen. Nee, je moet een juiste strategie hebben en je onderscheiden”, vertelt Flemming. 

Geen rust 
Gevraagd naar zijn dieptepunt in de afgelopen vijf jaar, hoeft Flemming niet lang te twijfelen: “Dat was de eerste zomer, toen het net allemaal iets te veel was. Ik was gewoon te enthousiast.”

“Je wilt blijven presteren want je wilt geen eendagsvlieg worden”, zegt de 30-jarige zanger. In de eerste festivalzomer stromen aanvragen voor optredens binnen en rent Flemming zichzelf voorbij. “Op dat moment was het een soort paniekvoetbal, alles was leuk en ik wilde geen nee zeggen. Ik had gewoon helemaal geen rust om goed na te denken.”

Achteraf kan hij goed verklaren waar die druk vandaan kwam. “Het eerste jaar is wat onzeker. Iedereen kan een hit scoren, maar kun je er ook twee, drie scoren? Kun je een succesvol album scoren? Als dat niet zo is, wordt het spannend.” Maar het lukt en Flemming blijkt een blijvertje.

De druk neemt elk jaar af, zegt de zanger: “Je hebt al veel nummers die mensen leuk vinden en je hebt al veel mooie dingen mogen doen, maar er is ook al ruimte voor rust en persoonlijke groei.” 

Hoogtepunten
Thuis telt Flemming zijn gouden, platina en diamanten platen, awards voor 10, 20 en 50 miljoen streams. “Het zijn er 34”, zegt hij een klein beetje verschrikt. “Ik moet ze binnenkort nog allemaal ophangen. De platen zijn voor mij de kers op de taart: ik heb voor mezelf gekozen en dat heeft gewerkt.”

Naast de 525 miljoen streams op Spotify zijn zijn eigen shows een hoogtepunt voor de zanger. “Twee keer AFAS, één keer Ahoy en mijn eigen festival in Den Bosch. “Als ik het opsom, vind ik het nog steeds bizar dat het allemaal gelukt is." Zeker omdat team Flemming niet had bedacht dat het zo snel zou gaan.

Over vijf jaar hoopt Flemming nog steeds op Paaspop, bij The Streamers en Vrienden van Amstel te staan. “Ik hoop dat het gewoon stabiel blijft. En ik hoop de Ziggo Dome en een eigen evenement midden in Den Bosch aan dat lijstje te kunnen toevoegen.”

Komend jaar nog geen Songfestival
Een nieuwe solosingle laat al even op zich wachten. “Ik heb binnenkort weer sessies en schrijfkampen om na te denken waar ik nu sta en wat ik nu wil. Dat begint gewoon heel simpel door een week met mijn team in de studio te gaan zitten. En als we met z’n allen op de banken staan te springen dan weten we dat dat de volgende single wordt.”

Een jaar geleden zei Flemming al dat het niet de vraag is of, maar wanneer hij naar het Songfestival gaat. Maar het grootste podium ter wereld is komend jaar niet voor hem. “Het blijft een droom, ik zou het heel graag een keertje willen doen. Maar ik wil het op mijn eigen moment doen. Ik ben nu nog heel erg aan het groeien en leren.” Ook de discussie rondom de deelname van Nederland aan het Songfestival is voor Flemming een reden om nu niet een nummer in te sturen.

Dat blijft dus iets voor op de langere termijn: “Het zingen op tv is het meest spannende, dat kan ik steeds beter aan. Maar zingen voor 150 miljoen mensen, laten we dat over een paar jaar doen.”