Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een mooi klein eendje, een prachtige vlieg die niet gevaarlijk is, een vlinder met een doodskop op de rug en een vreemd uitziende warrige paddenstoel. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag gepubliceerd.
Welk mooi klein eendje heb ik gespot?
Hanneke Sieben kwam tijdens haar vaste wandelrondje door het Henri Dunantpark in Eindhoven een mooi klein eendje tegen. Ze wil graag weten welke soort het is. Helaas gaf geen van haar vogelboeken uitsluitsel. Ik kan me dat trouwens goed voorstellen, want deze eendachtige wordt niet zo vaak afgebeeld. Wel het mannelijke type.
Hanneke heeft een vrouwtje van de mandarijneend gespot en gefotografeerd. Mannetjes (woerden) van de mandarijneend zien er heel exotisch uit, zie de foto hieronder, terwijl de vrouwtjes er minder exotisch uitzien. Dit laatste is dan ook heel belangrijk, want zij moeten niet opvallen tijdens het broeden.
Mannetjes en vrouwtjes van de mandarijneend leven in vaste paren. Na het leggen van de eieren, broedt het vrouwtje deze alleen uit. Toch laat het vaste mannetje haar niet in de steek. Hij is altijd dicht in de buurt, ook tijdens het leggen van de eieren. De woerden houden de wacht bij het nest, dat zich vaak in boomholtes of in nestkasten bevindt.
Halverwege de broedtijd is het echter gedaan met de wacht. Dan vertrekken de woerden. Ze trekken zich dan terug op beschutte plekken om te ruien. Mandarijneenden kwamen oorspronkelijk voor in Oost-Azië, maar werden vaak gehouden in Europese dierentuinen en vogelparken.
Uit deze tuinen en parken zijn wat mandarijneenden ontsnapt en daardoor kunnen we sinds het begin van de twintigste eeuw deze eendensoort ook in Nederland in de open ruimte bewonderen. De mannetjes van deze eend hebben mooie oranje bakkebaarden met een prachtig verendek dat boven hun achterlijfje uitsteekt.
Ze hebben een paarse borst en oranjebruine flanken. Vrouwtjes hebben een grijsbruin verenpak, zoals je kunt zien op de foto van Hanneke, en hebben daarnaast gevlekte flanken en een kleine wenkbrauwstreep. Meestal zie je de mandarijneenden, vooral de mannetjes, bij andere eenden in de buurt.
Welk insect ben ik tegengekomen?
Elise Schipper vraagt aan mij welk insect ze was tegengekomen in de straat. Wat Elise gezien heeft, is een van de mooiere soorten uit de orde van vliegen: een herfstmetaalwapenvlieg. Deze soort valt onder de orde van tweevleugeligen (diptera) en bij de familie van de wapenvliegen.
De meest algemene en bekendste wapenvlieg in ons land is de gewone prachtwapenvlieg, zie de foto hieronder. In de volksmond wordt deze soort ook vaak simpelweg gewone wapenvlieg genoemd.
Wapenvliegen zijn onschuldige bloembezoekers en kunnen niet steken. De herfstmetaalwapenvlieg heeft een typische kop, een metaalgroen glanzend borststuk en nagenoeg kale ogen. In het gezicht vallen twee kleine witte stippen op.
De lengte van deze soort is maximaal anderhalve centimeter. Herfstmetaalwapenvliegen komen vooral massaal voor van half augustus tot in november, vandaar ook een deel van de naam. De larven leven in vochtig, rottend organisch materiaal zoals compost, mest of hopen gemaaid gras. Ze spelen een nuttige rol in de natuur bij het afbreken van biologisch afval.
Prachtige doodshoofdvlinder gespot
Marga Vijfhuizen zag recent op de Brabantse Wal bij Halsteren in het bos een doodshoofdvlinder. Dat wilde ze graag met ons delen. Doodhoofdvlinders zijn nachtvlinders die van oorsprong in Zuid-Europa voorkwamen, maar inmiddels ook vaak in ons land te zien zijn. Op het borststuk van dit dier zie je een lichte vlek, die heel sterk lijkt op een menselijke schedel.
Vroeger werd dit gezien als een direct teken van de goden van de onderwereld. Vaak werden doodshoofdvlinders destijds gezien als de belichaming van de menselijke ziel die het lichaam verlaten had na de dood. Mensen die in en nabij het Middellandse Zeegebied woonden, dachten dat als zo’n nachtvlinder het huis kwam binnenvliegen, dit een voorteken was van onheil. Het zou de komst van een besmettelijke ziekte, oorlog of een sterfgeval binnen de familie aankondigen.
Gelukkig denkt men hier tegenwoordig anders over en worden er juist juichkreten geslaakt als deze prachtige vlinder gespot wordt. Naast die witte vlek (doodshoofd) is deze nachtvlinder te herkennen aan het relatief grote dikke lichaam en de duidelijk zichtbare klauwtjes aan de poten.
De doodshoofdvlinder is een van de grotere pijlstaartvlinders en bereikt een lichaamslengte van ongeveer zeven centimeter. De spanwijdte van de vleugels is bijna het dubbele. Ze eten vooral honing en proberen dan ook honingbijennesten binnen te dringen.
Omdat ze perfect tussen de raten van bijen passen, kunnen honingbijen hen niet steken. Bij honingbijenkasten van een imker is dat anders, want de raten zitten daar verder uit elkaar en de honingbij kan de vlinder daar wel raken en dus doodsteken. Volwassen doodshoofdvlinders maken trouwens vreemd geluiden, zie deze link. Dit doen ze als ze verstoord worden. Zo willen ze de belager wegjagen.
De ongeveer twaalf centimeter lange rups van deze vlinder valt op door het groene tot gele lichaam met blauwe tot paarse schuine dwarsstrepen. Ook deze rups is in staat om een afweergeluid te maken. Dit bestaat uit klikkende geluiden die met de kaken worden geproduceerd. Daarnaast kan de rups gemeen bijten als hij wordt opgepakt.
Iets vreemds in de tuin, wat is het?
Marijke Nooijen vond op een ochtend in haar tuin in Milheeze iets vreemds. Ze wil graag weten wat het is. Wat Marijke gezien heeft, was een lagere schimmel op een vruchtlichaam/paddenstoel van een hogere schimmel. Lagere schimmels zijn net zoals hogere schimmels opruimers.
In dit geval ruimt die lagere schimmel het dode vruchtlichaam op van een hogere schimmel. Feitelijk zijn paddenstoelen en zwammen vruchtlichamen die, als ze niet opgegeten worden door de dierenwereld, geen functie meer hebben en sterven.
Dit proces uit zich in het verleppen van die vruchtlichamen. Soms worden het dan een soort papjes. Ideaal voor de lagere schimmels, die dat weer opruimen en teruggeven als voedsel aan wat er in de bodem leeft. Dus die opruimers van het eerste uur worden ook weer opgeruimd.
Lagere schimmels leven in diverse ecosystemen. Als er hondendrollen worden achtergelaten (wat niet mag!), ruimen ze die uiteindelijk ook op. Helaas met gif, want dat is tegenwoordig volop aanwezig in de hondendrollen. Dit komt dan weer in de bodem, die zo dus ook vergiftigd wordt.
Lagere schimmels kennen, net zoals hogere schimmels, een behoorlijke diversiteit. Ze hebben ten opzichte van hogere schimmels wel een minder vertakt mycelium (zwamvlok). Een mooi voorbeeld van een lagere schimmel is de broodschimmel, ook wel mucorales genoemd. Wil je meer weten over hogere en lagere schimmels, klik dan op deze link.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door Rosemarie de Wit. Zij legde in haar tuin een paringswiel van houtpantserjuffers vast. Zo mooi, het is net een hartje.
Natuurtip
Zondag 11 oktober vindt van elf uur 's ochtends tot vier uur 's middags het jubileumfeest 'Vijftig jaar Huis ter Heide' plaats. Natuurmonumenten viert dan dat zij Huis ter Heide al vijftig jaar beheert. Natuurbegraven Nederland opende vijf jaar geleden een natuurbegraafplaats in dit gebied. Twee mijlpalen die samen één ding laten zien: als je de natuur de ruimte geeft en goed beheert, gaat die weer volop leven. Dit is een dubbel feest waard, voor jong én oud!
Er zijn verspreid over de dag boeiende excursies en inspirerende lezingen over de natuur en de rijke historie van het gebied. Daarnaast is er een korte wandeling - van ongeveer twee kilometer - uitgezet langs verschillende natuurstands onder meer over dassen, Schotse hooglanders en libellen. Kinderen vieren samen met de dieren hun eigen feestje: het OERRR herfstfeest, zie deze link.
Gewapend met een stempelkaart leren kinderen van alles over de herfst en de dieren bij Huis ter Heide. Ze gaan jaarringwerpen, snuffelen als een das, paddenstoelen zoeken, knutselen, herfstquizzen en nog veel meer. Voor de allerkleinsten (tot 8 jaar) wordt er een mooi dierenverhaal voorgelezen.
Meer informatie
• Het feest is voor iedereen gratis toegankelijk.
• Leden van Natuurmonumenten kunnen gratis deelnemen aan lezingen, excursies of de OERRR-stempelkaart. Dit als dank voor hun steun aan de natuur. Niet-leden betalen vier euro.
• Je kunt jezelf eventueel ter plaatse als lid aanmelden, je krijgt dan een extra feestelijke attentie.
• Voor de excursies en lezingen kun je vooraf een plekje reserveren via de agenda, zie deze link.
• De parkeercapaciteit rond het jachthuis is beperkt. Speciaal voor deze dag is een extra parkeerterrein ingericht aan de Middelstraat, ter hoogte van de Tussenbaan.

