Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een van de meest bontgekleurde sprinkhanensoorten in ons land, kleine huisjesslakken met doorzichtige huisjes, een juffer en een van de werkelijk mooiste soorten zwammen in ons land. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.
Wat is de naam van deze kleine huisjesslakjes?
Mieke van den Hurk vond heel veel kleine slakjes. Op haar foto staan doorschijnende glasslakken. Deze slakkensoort hoort thuis bij de familie van de landslakken. Doorschijnende glasslakken zijn kleine landslakken, die een zeer dun, glasachtig en doorschijnend huisje hebben dat maximaal zes millimeter groot (klein) is. Het huisje zelf is glanzend, groenachtig of lichtbruin en het lichaam van deze slak is vaak licht- of donkergrijs tot zwart. Bij het voortbewegen slaat de slak een deel van zijn zachte lichaam (de mantel) als een soort jasje over de buitenkant van zijn eigen huisje heen. De doorschijnende glasslak kan zich er nog nét helemaal in terugtrekken, maar veel van zijn directe familieleden (andere glasslakken) zijn daar al te groot voor.
Glasslakken leven op vochtige tot droge locaties van naald- en loofbossen, weilanden, tussen stenen, op muren, puinhellingen maar ook in beekbegroeiing en in met gras begroeide duinen. Op hun menu staan verdorde bladeren, dode plantendelen en ook aas. De eitjes worden vooral in de herfst gelegd. Kort daarna gaan de volwassenen dood. In het voorjaar komen de eitjes uit. De jonge doorschijnende glasslakken worden in de herfst geslachtsrijp. De doorschijnende glasslakken kunnen goed tegen de kou en zijn actief tijdens de koude wintermaanden. In het Engels worden ze daarom ook wel 'winter semi-slugs' genoemd. Veel biologen zien de glasslak als levend voorbeeld van de evolutie van huisjesslak naar naaktslak, want het huisje is extreem dun, fragiel en zo doorschijnend als glas.
Wat is de naam van de tweede sprinkhaan?
Marianne Wijten stuurde twee foto’s van sprinkhanen. Op de eerste zie je een blauwvleugelsprinkhaan. Deze soort heb ik al vaak besproken. Wil je meer informatie over de mooie blauwvleugelsprinkhaan kijk dan een op deze link. Wel even doorscrollen tot het kopje 'Wat is de naam van het insect wat op het zand zat in de bossen van Sint Anthonis?'
De andere sprinkhaan die Marianne vastlegde, is een moerassprinkhaan. Dit is een rechtvleugelig insect uit de familie van de veldsprinkhanen. Deze sprinkhanensoort is de meest bontgekleurde soort die in ons land voorkomt. Moerassprinkhanen hebben een groengele tot gele kleur met duidelijk helderrode achterheupen en een gele achterdij. Op deze achterdijen zijn rijen stekeltjes aanwezig die zwart van kleur zijn en daardoor duidelijk afsteken. De lichtgeel gekleurde randen van het halsschild zijn naar elkaar toe gebogen. Zowel mannetjes als vrouwtjes zijn lang gevleugeld waarbij het vleugelpunt voorbij het achterlijfspunt reikt. Soms komen rode vlekken voor op de kop, het lichaam en de poten waarbij ook de antennes roodachtig kunnen zijn. Een waar schilderij dus! Ze zijn, door hun bonte kleuren, met geen enkele andere soort in de Benelux te verwarren. De moerassprinkhaan (stethophyma grossum) is een van de grootste veldsprinkhanensoorten in ons land. De soortaanduiding grossum staat voor groot. Mannetjes bereiken een lengte van maximaal 25 millimeter. De vrouwtjes zijn iets groter en worden maximaal 35 millimeter lang. Op het menu van deze sprinkhanensoort staan vooral grassen, zoals pijpenstrootje, maar ook cypergrassen zoals zeggesoorten. Ze eten ook riet. Het zijn dan ook strikte planteneters. Moerassprinkhanen maken een hoog en metallisch tikkend geluid, dat sterk doet denken aan een druppelende kraan op het aanrecht, luister maar eens naar deze video via deze link.
Is het gefotografeerde diertje een libel?
Harrie Verweijen stuurde mij een foto van een insect met de vraag of dit diertje een libel is. Officieel heet de orde waarin dit insect toe behoort de orde van libellen. Onder die orde bevinden zich echter twee onderordes: namelijk die van de juffers en die van de echte libellen. Er zijn opvallende verschillen tussen die twee onderordes. Juffers zijn slanker, hebben dunnere achterlijven en hebben ver uit elkaar geplaatste ogen aan weerszijden van de kop. Daarnaast zijn de vleugels van juffers gelijkvormig. In rust houden juffers deze vleugels gevouwen boven het lichaam. Echte libellen zijn grote, krachtige insecten en hebben ogen die elkaar raken op de bovenkant van de kop. De vleugels van echte libellen zijn ongelijkvormig en in rust zijn de vleugels wijd uitgespreid. Op de foto van Harrie zie je een houtpantserjuffer. Deze libelachtige hoort dus thuis bij de onderorde van de juffers. Je komt deze prachtige groen metaalachtige houtpantserjuffers vooral tegen tussen eind juni en (diep in) november. Heel bijzonder is de ei-afzet van de houtpantserjuffer. Het vrouwtje boort in september, maar dit kan ook nog in oktober zijn, haar eitjes in de bast van takken van bomen of struiken. In die takken overwinteren vervolgens de eitjes.
Beiden soorten planten moeten wel boven het water hangen, want in het voorjaar komen de larven uit de eitjes en die laten zich meteen in het water vallen om als nimf, zie de foto hierboven, verder te groeien. De nimfen van houtpantserjuffers sluipen uit van eind juni tot in oktober. Je kunt in die periode de nimfhuidjes van deze juffers vinden op waterplanten in de oeverzone, vaak enkele decimeters tot enkele meters hoog.
Bijzondere zwam
Henk Thiele kwam tijdens een boswandeling een bijzondere zwam tegen. Hij wil graag weten welke zwam het is en of dit een jonge zwam is of een volgroeide zwam. De zwam die Henk gevonden en gefotografeerd heeft is naar mijn idee de mooiste zwam die er is. De naam is dennenvoetzwam. Op zijn vraag of dit een jong exemplaar (vers vruchtlichaam), dan wel een oud vruchtlichaam is, kan ik hem melden dat dit een vruchtlichaam is van een tussenleeftijd. Op de foto van Henk zie je een vruchtlichaam dat lijkt op een grote schaal met op de buitenrand weer allemaal vruchtlichamen. Dit heet dan regeneratie. Je komt dit maar zelden tegen. Toch merk ik dat er de laatste jaren meer van deze soort dennenvoetzwammen te vinden zijn. De schimmel dennenvoetzwam leeft als een parasiet op de wortels en de stamvoet van levende naaldbomen. Je komt ze vooral tegen op de douglasspar, lariks en grove den. Dennenvoetzwammen veroorzaken daar 'bruinrot' (stamvoetrot), wat het kernhout van de boom van binnenuit volledig bros maakt en laat afbreken. Het kan zijn dat je geen naaldboom in de buurt ziet en toch zo’n zwam tegenkomt. Dat kan kloppen, want de vruchtlichamen van deze zwam kunnen nog jaren na de dood van de boom gevonden worden op de ondergrondse wortelresten en ook onder de grond op dood hout. In normale omstandigheden verschijnen deze vruchtlichamen in de zomer, met goudgele groeiranden.
Daarna wordt heel de zwam eerst fluweelachtig goudgeel, vervolgens voskleurig bruin en hij eindigt vaak zeer donker bruin tot bijna zwartbruin van kleur.
De vruchtlichamen/hoeden van deze zwam zijn wereldwijd beroemd om de fantastische eigenschap om wol en textiel mee te verven. Afhankelijk van de leeftijd van het vruchtlichaam en het gebruikte beitsmiddel levert de hoed een breed spectrum aan diepe natuurkleuren op: van helder zwavelgeel en warm goudoranje tot diep roestbruin of zelfs olijfgroen.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door Peter Nabben. Hij legde deze sabelsprinkhanendoder vast. Die zag hij in Kefalonia in Griekenland. Dit dier was ongeveer twee centimeter lang. Een prachtig insect!
Natuurtip
Zondag 18 oktober kun je van negen uur 's ochtends tot twaalf uur 's middags deelnemen aan een najaarswandeling door natuurgebied Maashorst.
Vogelwacht Uden organiseert deze wandeling, met als thema ‘Volop herfst’. Na afloop van de wandeling kunnen de deelnemers een bezoek brengen aan natuurcentrum Maashorst, waar veel informatie over dit natuurgebied te vinden is.
De vogeltrek is in volle gang en dit kun je tijdens deze wandeling volop beleven. Tijdens deze wandeling hoor je én zie je hoe vogels zich door het landschap bewegen op weg naar warmere oorden. Sluit aan en laat je meenemen in dit jaarlijkse natuurwonder. De vogeltrek in de herfst is een bijzonder natuurverschijnsel waarbij drie tot vier miljard vogels over heel de wereld vóór het invallen van de kou naar hun overwinteringsgebieden trekken. Tijdens de wandeling vertellen ervaren gidsen van de Vogelwacht waarom bepaalde vogels naar warmere oorden wegtrekken, zoals de goudhaan.
Meer informatie
• Aanmelden is niet nodig.
• Vertrekplaats is het grote parkeerterrein van het natuurcentrum aan de Erenakkerstraat 5 in Nistelrode.
* De deelname aan de wandeling is gratis.
* Laarzen of stevige schoenen zijn in dit seizoen aan te bevelen.
* Een verrekijker wordt eveneens aangeraden.
* Het bezoek aan het natuurcentrum is gratis.
* Voor meer informatie kun je bellen naar 0413-269804. Je kunt ook terecht op de website van de Vogelwacht Uden.