Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een vreemd verschijnsel op houtsnippers, bloemen die samenwerken met limonadewespen en schimmels, Europa's grootste kever, maar is-ie dat wel? En of er een slang bij de achterdeur zat of tóch iets anders. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd. 

Wat is dit voor een onbekend verschijnsel?
Tinus van Lievenoogen stuurde wat foto’s en hij vroeg zich af wat voor verschijnsel erop te zien was. Op een van de foto's zie je twee houtstapels van kortgemaakt hout en daarop hangen webben.

Als je zoiets ziet bij hoge struiken en bomen, heeft dat te maken met de spinselmotten ook wel stippelmotten genoemd. Wil je hierover meer weten? Kijk dan eens naar deze Stuifmail van een paar jaar geleden. In dat geval gaat het om vraat van de hongerige rupsen van die nachtvlinders en is het web een bescherming tegen rovers, zoals vogels. 

In dit geval is er een web gespannen over houtresten of andere situaties, zoals over graslanden. Wat je op de foto van Tinus ziet, heeft volgens mij te maken met de spinnentrek van ballonspinnetjes.

Deze spinnetjes horen thuis bij de familie van hangmatspinnen en worden ook wel dwergspinnen genoemd. Als weilanden, velden en of stapels houtsnippers vol liggen met witte spinnendraden en -webben, dan hebben miljoenen kleine ballonspinnetjes dat veroorzaakt. Zij gaan op een zogenaamde 'luchtreis' door een draadje als parachute te gebruiken om zich door de wind te laten meevoeren.

Meestal zie je dit in de herfst rond eind oktober en begin november. De dwergspinnen - en dat kunnen er veel zijn - willen dan wegtrekken uit een te druk gebied. Dat kan ook al in juni zijn.

Ze kruipen op zo’n moment naar het hoogste punt in de omgeving. Dit kan een grassprietje of een struik zijn, maar ook een paal of zelfs een heel hekwerk. Eenmaal op het hoogste punt aangekomen, maken al die dwergspinnen met heel veel spinrag een soort omgekeerde parachute.

Dit doen ze al vroeg in de ochtend. De zon warmt de boel in dat gebied op, waardoor er een opstijgende lucht ontstaat. Met die opstijgende lucht en de wind gaan die dwergspinnen mee en zo vliegen ze naar een andere plek.

Dat kan een aantal meters verderop zijn, maar soms gaat het om echt grote afstanden. Helaas voor die dwergspinnen gaat de reis fout als het windstil of vochtig weer wordt, want dan landen ze vaak massaal in weilanden, velden en ook op stapels houtsnippers. Wij zien dan als resultaat een magisch, glinsterend deken van rag. En dat kunnen soms kilometerslange webben over de grond zijn.

Wat is de naam van het terugkerend plantje in de tuin?
Gerard Peijnenburg heeft sinds enige jaren een terugkerend plantje in zijn tuin, waarvan hij denkt dat het de naam dichte of groene wespenorchis is en hij vraagt aan mij of het klopt. Het woord wespenorchis is goed, maar daarvoor moet de naam brede staan. Dus brede wespenorchis en de wetenschappelijke naam is Epipactis helleborine.

Deze West-Europese orchideeën soort is een van de meest voorkomende West-Europese soorten in ons land. Toch kom je ze maar zelden tegen en zijn het ook planten die niet zo goed opvallen. De brede wespenorchis groeit met name in bossen, duinen en kreupelhout op zandgronden vooral op beschaduwde plaatsen.

Ook in de meer stedelijke omgeving kom je brede wespenorchissen tegen, bij voorbeeld aan de voet van bomen die in een laan geplant zijn. In het begin van het bloeiseizoen is de bloemstengel aan de top omgebogen.

 

Als de bloemen uiteindelijk opengaan, kom je een enorme variabele kleur van de bloemen tegen: van licht-groengeel tot rood. Soms kunnen deze planten behoorlijk fors zijn en hebben ze, als ze oud genoeg zijn, tijdens de bloei een flinke aarvormige tros bloemen.

Bij bestuiving zijn deze prachtige planten afhankelijk van wespen, voornamelijk in ons land op de gewone wesp en Duitse wesp oftewel de limonadewespen. Het grappige hierbij is dat de limonadewespen een hele grote voorliefde hebben voor het stuifmeel van klimop, met als gevolg dat daar waar klimop groeit ook de brede wespenorchissen weelderig groeien.

Tot slot is het belangrijk voor de West-Europese orchideeën om in hun jonge fase een specifieke bodemschimmel (mycorrhiza) in de bodem te hebben om te kunnen kiemen en groeien, omdat het zaad zelf geen energiereserves heeft, zoals onze bekende zaadplanten.

Wenda Mangindaan kwam vlakbij De Rustende Jager in Biezenmortel een heel grote kever tegen. Ze wil graag weten om welke soort het gaat. Volgens mij was Wenda een lederboktor tegengekomen en dus heeft ze meteen een van Europa's grootste keversoorten gezien.

Deze lederboktor kan een lengte bereiken van maximaal 5,3 centimeter. Kampioen is deze kever echter niet, want dat zijn de mannetjes vliegende herten (zie de foto hieronder) die een maximale lengte kunnen bereiken van wel  9 centimeter. Maar daar zijn dan wel indrukwekkende gewei-achtige kaken bijgeteld.

Terug naar de lederboktor, want naast de behoorlijke lengte heeft deze kever twee grote, sterk getande tasters. De kaken zijn goed ontwikkeld. Helaas kunnen deze kevers met die kaken mensen gemeen bijten als ze worden opgepakt. Dus liever niet oppakken!

De tasters zijn in feite kleine, gelede aanhangsels rondom de monddelen die dienen als zintuigen om voedsel te proeven en te manoeuvreren. Deze tasters zijn bij de mannen breder en langer, maar ook sterker getand, dan bij de vrouwen.

In tegenstelling tot de andere boktorren, die een enigszins langwerpig, vaak wat afgeplat lichaam hebben, heeft deze lederboktor een ovaal en minder langwerpig lichaam. Op het achterlichaam van de lederboktor liggen donkerbruine tot zwarte dekschilden.

Toch is het heel bijzonder dat Wenda er een gevonden heeft, want lederboktorren zijn in ons land een zeer zeldzame en beschermde inheemse soort. Vooral op de Veluwe en in Zuid-Limburg waren ze goed vertegenwoordigd, maar voor de rest van ons land niet.

Dankzij goed bosbeheer, waarbij een X percentage dood en rottend hout mag blijven liggen, zijn er gelukkig meer lederboktorren gezien in andere gebieden, zoals in de Loonse en Drunense Duinen.

Is dit diertje een slang?
Albert de Jong vond een beestje van ongeveer vijf centimeter bij de achterdeur en hij vroeg zich af of het een slang zou kunnen zijn. Het diertje is veilig weggezet, maar hij stuurde mij toch maar een foto met de vraag: wat is het?

Wat Albert gezien heeft, is een rups van een teunisbloempijlstaartvlinder. Zowel rups als de vlinder zijn een zeldzaamheid in Brabant, maar ze worden de laatste jaren wel meer en meer gezien. De mooie grote bruingrijze rups op de foto hierboven doet in eerste instantie denken aan de rups met de naam olifantsrups.

Maar als je beter kijkt, blijkt dit een andere pijlstaartrups te zijn. Het verschil tussen deze twee bijna op elkaar lijkende rupsen zit in een aantal kenmerken. Alle pijlstaartrupsen, dus ook die van het groot avondrood, hebben een staartpijl. 

Maar de pijlstaartrupsen van de teunisbloempijlstaart hebben geen staartpijl. Op zich heel grappig, want juist naar die staartpijl is de familie vernoemd.

Wat daarnaast erg onderscheidend en uniek is, is het ronde wittige vlekje op het achterste deel van het lichaam bij de rupsen van de teunisbloempijlstaart. Voorheen kwamen deze dieren enkel voor in Zuid-Limburg, maar ze zijn langzamerhand naar het noorden getrokken.

Rupsen van de teunisbloempijlstaart zijn niet alleen op teunisbloemen te vinden, maar ook op de basterdwederik en het harig wilgenroosje. De grote vlinder - met een spanwijdte van maximaal zestig millimeter - is een echte nachtvlinder en is dus enkel in de nacht actief.

Rubriek mooie foto’s 
Op zijn auto trof Robbert een nachtvlinder aan, die erg traag was. Hij maakte er een foto van, omdat hij het een super mooie grote vlinder vond en hij ontdekte dat het een lindepijlstaart was.

Natuurtip
Zondag 2 augustus van 10.30 uur tot 13.30 uur

Altijd al eens oog in oog met een wisent willen staan? Dat kan tijdens de wisentexcursies die vanuit Natuurcentrum De Maashorst worden georganiseerd. De kudde wisenten van De Maashorst levert een belangrijke bijdrage aan de toename van de natuurwaarden van het gebied én ze nemen de beheerders veel werk uit handen.

Over wat hun rol en functie in het gebied is, daar kunnen de vrijwillige Maashorstrangers je alles vertellen.

Gesloten gebied
Een tocht door het voor publiek afgesloten leefgebied van de Wisenten duurt 2,5 tot 3 uur en gaat over onverharde paden, stevige schoenen aantrekken is dan ook verstandig. Let op! Voor deze excursie moet je twaalf jaar of ouder zijn.

Meer informatie
•    Aanmelden is verplicht en kan hier.
•    Vertrekpunt Natuurcentrum De Maashorst Erenakkerstraat 5, 5388 SZ, Nistelrode
•    Kosten 12,50 euro
•    Draag kleding die past bij het weer.
•    Controleer jezelf achteraf altijd op teken.
•    Honden mogen niet mee.