Op een zonnige en mooie namiddag in mei 1947 keren twee militaire lesvliegtuigen van de vliegbasis Gilze-Rijen terug van een 3,5 uur lange vlucht naar West-Duitsland. Als ze aan hun landing beginnen, gaat het afschuwelijk mis: de toestellen raken elkaar en storten neer in een weiland. Alle twaalf inzittenden, onder wie vier Brabanders, komen om het leven.
Het ongeluk met deze zogeheten Avro Ansons gebeurt rond vijf uur 's middags in de buurt van Tilburg, op ongeveer vier kilometer afstand van de vliegbasis. De gruwelijke details over hoe de slachtoffers erbij liggen, worden in de kranten breed uitgemeten. "Zeven lichamen werden ongeveer gaaf geborgen, zeven lijken werden totaal verminkt", schrijft de Emmer Courant.
Ook prijkt de dag na het ongeluk een lijst met de namen van alle doden in de media. Onder hen vier Brabanders: sergeant W.J.A. Vis uit Vught, W.J. Kiteger uit Helvoirt, sergeant-vliegtuigtelegrafist van de Koninklijke Landmacht A.M.M. Weijters uit Tilburg en A.H. (Adriaan) Tigchelaar, matroos eerste klasse, leerling-vlieger uit Zevenbergen. Hij volgt een opleiding tot militair navigator.
Concentratiekampen
De dood van Adriaan komt hard aan in het gezin Tigchelaar. Zijn oudere broer Boelo zit in het verzet in Zevenbergen als hij in 1942 wordt opgepakt door de Duitsers. Hij weet diverse concentratiekampen, onder andere Dachau, te overleven, maar sterft uiteindelijk in maart 1945: op 27-jarige leeftijd in een kamp bij het Duitse Nordhausen, twee maanden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Van de drie boers in het gezin is er, na het fatale vliegtuigongeluk, nog maar eentje over.
Volgens De Zaanlander waren aan boord van de twee toestellen vliegeniers die de week daarvoor hun vliegbrevet kregen of deze week, hoogstwaarschijnlijk de dag na het ongeluk, hun vliegbrevet zouden ontvangen. Op 30 mei stond de uitreiking van brevetten gepland, maar die feestelijkheden zijn afgelast en de vlag hangt halfstok, meldt de Nieuwe Vlaardingsche Courant.
Oud en gammel
Net na de Tweede Wereldoorlog schaft de luchtmacht een aantal Avro Ansons aan die als verkenningsvliegtuigen dienst hadden gedaan bij de Royal Air Force (RAF), de Engelse luchtmacht. Ze verkeren in slechte staat en aan onderdelen is niet of nauwelijks te komen. Reden dat de opleiding van de vliegers veel langer duurt dan gepland.
In 1953 verdwijnen de toestellen van de vliegbasis en dat leidt tot grote blijdschap onder de bestuurders ervan. Volgens hen zijn de Ansons "net op tijd" weggedaan, omdat deze zo "oud en gammel" waren dat ze er "binnenkort door zouden zakken. Het gerucht ging dat als je heel stil was, je de muizen over de bekleding kon horen lopen", zo staat in het boek 100 jaar luchtvaart tussen Gilze en Rijen. Dat verschijnt in 2010 ter ere van het honderdjarige bestaan van de vliegbasis.
In het dikke, ronkende boek van ruim tweehonderd pagina's, valt echter geen letter te lezen over het fatale ongeluk. Opmerkelijk, want het geldt op dat moment wel als het grootste ongeluk in de toen nog korte geschiedenis van de Nederlandse luchtmacht.
