De hondenfokker uit Best die februari volgend jaar op last van de gemeente moet stoppen, probeert zijn fokkerij met een nieuwe vergunning te redden. Hij wil toestemming voor het houden van maximaal 110 honden, maar volgens de gemeente is zijn fokkerij al ruim veertig jaar in strijd met het bestemmingsplan. Opvallend is dat de fokker een oude vergunning heeft laten zien die de gemeente niet in haar eigen administratie kan terugvinden.
De fokker kwam in het nieuws toen Omroep Brabant berichtte over meerdere misstanden binnen zijn bedrijf.
Inmiddels is duidelijk dat de fokker in februari moet stoppen met zijn huidige hondenfokkerij- en -houderij. Volgens de gemeente past een hondenbedrijf namelijk niet binnen het bestemmingsplan. Maar na boetes van de gemeente eerder dit jaar vroeg de fokker alsnog een vergunning aan voor een hondenfokkerij.
De fokker is het niet eens met de gedwongen sluiting. “Ik zit hier al honderden jaren met honden”, liet hij eerder weten. Dat zijn fokkerij daar al jaren zit, staat niet ter discussie. Uit stukken komt naar voren dat de fokkerij sinds ten minste 1982 actief is op het perceel. Maar, zo stelt de gemeente, de bestemmingplannen vanaf 1982 stonden geen hondenbedrijf toe. De fokker opereert dus al ruim veertig jaar in strijd met het bestemmingsplan.
Gemeente onbekend met fokkerij
Volgens de gemeente is er in die veertig jaar niet eerder ingegrepen, omdat het college niet zou weten wat er gebeurde op het perceel. Dat is opvallend, want eerder bleek uit onderzoek van Omroep Brabant dat in 2023 een ambtenaar in een interne mail schrijft over de fokkerij en beschrijft dat de activiteiten niet binnen het bestemmingsplan passen.
Ook een jaar later kwam de fokkerij bij de gemeente onder de aandacht. Toen ontving de gemeente een handhavingsverzoek om te controleren of de hondenactiviteiten op het perceel binnen het omgevingsplan pasten.
De fokker laat aan Omroep Brabant weten het gek te vinden dat de gemeente zegt niet op de hoogte te zijn geweest van de fokkerij. Meer wil hij daar niet over kwijt.
Waarom de gemeente niet eerder ingreep, heeft volgens een woordvoerder te maken met de keuzes die de gemeente moet maken. “Het college moet bij de uitvoering van haar toezicht- en handhavingstaken keuzes maken in de inzet van beschikbare capaciteit en de prioritering van werkzaamheden.”
Honderden pups
Doordat de gemeente niet ingreep, kon de fokker jarenlang zijn gang gaan. Dierenrechtenorganisatie House of Animals heeft bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) cijfers opgevraagd en ingezien waaruit blijkt dat er in de afgelopen twaalf jaar 3165 geboortemeldingen van puppy’s zijn gedaan. Dat komt neer op gemiddeld 263 puppy’s per jaar.
Nu blijkt de zaak nog complexer te zijn. De fokker heeft in een reactie aan de gemeente een vergunning uit 1982 bijgevoegd. Die vergunning was niet bekend bij de gemeente en kon zij niet terugvinden in haar eigen systemen. Volgens de gemeente blijkt uit de stukken wel dat er destijds toestemming was voor een hondenbedrijf, maar niet hoeveel honden er toen werden gehouden.
In de stukken die de fokker heeft ingediend, staat dat er in 2002 plek was voor maximaal 75 honden. Volgens een telling van de gemeente in april van dit jaar waren er 188 honden aanwezig.
In de hoop zijn fokkerij te legaliseren, beroept de fokker zich op het overgangsrecht. Dat kan betekenen dat een bedrijf mag doorgaan, ook als het niet binnen het bestemmingsplan past. Maar dat er de afgelopen jaren zoveel honden zijn bijgekomen, kan dan een probleem zijn. Een oude vergunning betekent dus niet automatisch dat de fokker op dezelfde voet door mag gaan.
